Dit is in rijmvorm (bron: De Nederlandse Grondwet op rijm) de betekenis van ons sociale grondrecht op een goede ruimtelijke ordening. Deze zorgplicht is dan ook door de wetgever vertaald in - onder meer - de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet en de Wet milieubeheer.

 

Aanspraak

Wij als burgers hebben met dit grondrecht aanspraak op een land waarvan de bewoonbaarheid van hoge kwaliteit is en aanspraak op overheidszorg voor een goed leefmilieu.

 

Bij de bewoonbaarheid van het land moet je bijvoorbeeld denken aan de zorg voor het water en de verdediging van het land tegen het water. Maar de bescherming en verbetering van het leefmilieu valt hier ook onder. Met de zorg voor het leefmilieu worden alle maatregelen bedoeld, die in de meest ruime zin tot de milieubescherming kunnen worden gerekend.

 

Takenpakket

Maar deze bepaling in onze Grondwet is geformuleerd als een instructie aan de wetgever of de overheid om daar zoveel mogelijk voor te zorgen. Dit behoort dus bij het takenpakket van de wetgever of de overheid.

 

Nu kent deze instructie een ruime beleidsmarge voor onze wetgever en voor bestuursorganen. En die ruime beleidsmarge maakt dat dit takenpakket of deze zorgplicht zich niet of nauwelijks leent voor toetsingscriterium. Het moet wel een zeer uitzonderlijk geval zijn, wil de rechter tot de conclusie komen dat een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning onverbindend is wegens strijd met dit sociale grondrecht.

 

Moedige poging

Toch zie je in beroepszaken over bestemmingsplannen van tijd tot tijd een moedige poging om met dit sociale grondrecht een plan te bestrijden. Tevergeefs. Naar mijn weten heeft onze hoogste bestuursrechter nog nooit een bestemmingsplan vernietigd omdat dit plan in strijd met artikel 21 van de Grondwet zou zijn vastgesteld.

 

Ook deze week is een nieuwe poging gestrand…

 

Bron: ABRvS 27 januari 2016, nr. 201501211/1/R4 en de Memorie van Toelichting bij de Grondwetsherziening van 1983.

.