Opvallend gemotiveerde oproep van de Afdeling om de deadline hiervoor toch echt in acht te nemen

 

Voor bestemmingsplannen of andere besluiten in ons omgevingsrecht waar veel partijen bij zijn betrokken geldt een strakke deadline om besluitonderdelen in beroep aan te vallen.

 

Zo is het zinloos om na afloop van de beroepstermijn een bestemmingsplan ook op andere planregels of bestemmingen aan te vallen. Vóórdat het rechterlijk onderzoek begint moet het ‘speelveld’ of de omvang van het geding duidelijk zijn.

 

Omvang van het geding
Veruit de belangrijkste functies van het bestuursrechtelijk geding (waar ook de besluiten van ons omgevingsrecht onder vallen) is het bieden van rechtsbescherming en efficiënte geschilbeslechting (in een lang verleden was dit overigens het handhaven van het objectieve recht). 


Waarom zou de rechter dan ook buiten de omvang van het geding treden? Ook zou de rechtszekerheid voor andere betrokken partijen in het geding kunnen komen. Het is dan ook zaak dat een conflict in de fase van de rechtsbescherming goed wordt afgebakend (zie ook het artikel ‘Wat je echt moet weten over het ‘speelveld’ van beroepsprocedures in ons omgevingsrecht’). 


Veelal worden de grenzen van het geding bepaald door het bestreden besluit, de beroepsgronden van het beroepschrift (welk onderdeel van het besluit wordt betwist?), het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.


Prullenbak
Maar voor bestemmingsplannen of andere besluiten op het gebied van het omgevingsrecht, waarbij veel uiteenlopende belangen zijn betrokken, heeft de Raad van State een strakke deadline bepaald, waarna de omvang van het geschil niet meer mag worden uitgebreid. Je mag dan dus geen nieuwe besluitonderdelen (denk aan bijvoorbeeld andere planregels of bestemmingen) meer ter discussie stellen.

 

Die deadline verstrijkt na afloop van de beroepstermijn of na afloop van de gegeven termijn om een pro forma beroepschrift aan te vullen met (inhoudelijke) beroepsgronden (artikel 6:6 Awb).

 

Stel je in een aanvullend beroepschrift of nadere stukken toch nieuwe besluitonderdelen ter discussie, dan belanden deze – vrij vertaald – in de prullenbak. De Raad van State doet hier niets mee. Zoals gezegd, komen anders de rechtszekerheid van andere belanghebbenden en het belang van een efficiënte geschilbeslechting in het geding.

 

Opvallend
Is dit nieuw? Nee, eigenlijk niet (ABRvS 30 november 2011, 201011539/1/R1 ). Maar opvallend is nu wel dat de Raad van State uitvoerig stilstaat bij deze deadline voor besluiten in het omgevingsrecht.

 

Onze hoogste bestuursrechter ziet zich in beroepsprocedures tegen besluiten in het omgevingsrecht namelijk gesteld voor specifieke problemen bij de bewaking van de goede procesorde, de zorgvuldigheid en de doelmatigheid van de procedure. Deze houden verband met de omvang en de complexiteit van deze geschillen en omdat het rechterlijk onderzoek vaak aan een beperkte termijn is gebonden (en soms ook een deskundigenonderzoek omvat).


Omwille van de zorgvuldigheid en de doelmatige voortgang van het rechterlijk onderzoek is het daarom belangrijk dat vóór de aanvang van dat onderzoek duidelijk is welke onderdelen van het besluit worden aangevochten.


Overigens vraag ik me af of deze deadline ook wordt gesteld bij besluiten in ons omgevingsrecht waarbij er vaak maar twee partijen zijn betrokken (denk bijvoorbeeld aan een weigering van een omgevingsvergunning)?


Maar goed, voor veruit de meeste besluiten in ons omgevingsrecht is het voor appellanten duidelijk wat hen te doen staat.


Bron: ABRvS 3 juni 2015, 201403153/1/R1