Raad van State geeft tips hoe je deze besluiten moet motiveren

 

Je krijgt op je bureau een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Maar de aanvraag is niet alleen in strijd met het bestemmingsplan, maar ook met de regels van de provinciale verordening (ruimte). “Kansloos dus. Weigeren die vergunning!,” aldus je eerste reactie. 

 

Wees alert

Begrijpelijk. Maar wees dan alert op het volgende. De Raad van State heeft namelijk vorige week (ambtshalve) gezegd, dat je in dat geval de ontheffingsbevoegdheden van de provinciale verordening bij de motivering van het weigeringsbesluit moet betrekken. Doe je dat niet, dan deugt je motivering niet en zal je besluit (namens B&W) sneuvelen of krijg je een - onnodig tijdrovende - herkansing met de bestuurlijke lus.

 

In deze zaak hadden B&W dit niet gedaan. Ze hadden de weigering van de omgevingsvergunning alleen gebaseerd op het provinciaal ruimtelijk beleid, in het bijzonder een specifieke regel in de verordening. Punt.

 

Dit terwijl - voor zover mij bekend - in elke provinciale verordening (conform artikel 4.1a Wet ruimtelijke ordening)  wel een mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten is opgenomen om op aanvraag van B&W een ontheffing te verlenen “voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen.”

 

Deze ontheffingsbevoegdheid is alleen voor bijzondere gevallen waar Provinciale Staten bij het vaststellen van de algemene regels geen rekening mee hebben gehouden. Gedeputeerde Staten zal dan een afweging maken tussen enerzijds de provinciale belangen die worden gediend met de regels uit de verordening en anderzijds het belang van het realiseren van het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Wanneer het belemmeren van het gemeentelijk belang onevenredig is in verhouding tot de provinciale belangen, kan er reden zijn om de ontheffingsbevoegdheid toe te passen.

 

Twee keuzes

Kortom, wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning ‘enkel en alleen’ (kom ik nog op terug) in strijd is met een provinciale verordening, dan heb je twee keuzes:

 

  1. Óf je motiveert in je besluit dat de “verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid niet wordt belemmerd door de betrokken regels van de verordening.” En dan hoef je ook geen (als verklaring van geen bedenkingen geldende) ontheffing aan Gedeputeerde Staten aan te vragen. In dat geval kun je de omgevingsvergunning met een gerust hart weigeren.
  2. Óf je vraagt wel die ontheffing aan Gedeputeerde Staten, wanneer je vindt dat “de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wél door de betrokken regels van de verordening wordt belemmerd.” In dat geval ben je ook verplicht om (namens B&W) aan Gedeputeerde Staten die ontheffing aan te vragen.

 

Overigens kun je dit alles weer vergeten wanneer er nog een andere reden is om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren (de aanvraag past bijvoorbeeld niet binnen het gemeentelijk beleid).

 

Bron: ABRvS 19 augustus 2015, 201409842/1/A1