Bouwen op eigen risico met vergunningen die nog in de vuurlinie liggen. Dit is één van die risico’s!


Met een bestuursdwangbeschikking wil je een overtreder van ons omgevingsrecht bewegen die overtreding ongedaan te maken. Lukt dat niet, dan gebeurt dit feitelijk door / namens B&W. Over het algemeen worden dan de kosten van deze bestuursdwang verhaald op de overtreder. Maar wanneer mag je die kosten nou niet verhalen?


Niet redelijk
Hoofdregel is dat het toepassen van bestuursdwang en het verhalen van kosten hand in hand gaan (handig hierbij: een ‘checklist’ voor een kostenverhaalsbeschikking). Aldus vrij vertaald artikel 5:25, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Maar hierin staat ook dat je dit niet mag doen wanneer het niet redelijk is dat die overtreder deze kosten (deels of helemaal) moet betalen.


Maar ja, wanneer is dat ‘niet redelijk’? Hiervoor duikt onze hoogste bestuursrechter in de (wets)geschiedenis van artikel 5:25 Awb (zie ook ABRvS 20 december 2006, nr. 200510119/1).


Hieruit blijkt dat de wetgever dan denkt aan een verboden situatie die je niet aan de overtreder kunt verwijten. Hierbij wordt dan de zogenaamde kakkerlakken-jurisprudentie aangehaald (HR 3 april 1981, NJ 1981/504 en ARRS 23 augustus 1983, AB 1984/17). De overtreder was hier niets te verwijten en met de bestuursdwang wilde men uitbreiding van besmetting met ongedierte naar andere woningen in de stad voorkomen. 


Een andere uitzondering is dat bij het ongedaan maken van de overtreding het algemeen belang zodanig is betrokken dat de kosten in alle redelijkheid niet (of niet geheel) voor rekening van de overtreder behoren te komen. Maar dit komt nauwelijks voor. Ik geloof dat dit één keer door de Afdeling is uitgesproken voor een toepassing in een geval van verhaal van wegsleepkosten (ABRvS 21 september 2005, AB 2005/393).


Overigens, wanneer de overtreder een gemotiveerd beroep doet op een van deze uitzonderingen om de kosten van bestuursdwang op hem te verhalen, dan moet jij (namens B&W) wel motiveren waarom die vlieger niet op gaat.


Een beroep op een die uitzonderingen gaat in ieder geval niet op wanneer er wordt gebouwd met een vergunning die weliswaar verleend is, maar later in beroep wordt vernietigd. Wanneer dan vervolgens de bestuursdwangactie is gericht tegen het betrokken bouwwerk, dan komen de kosten van bestuursdwang gewoon voor rekening van de overtreder (ABRvS 9 december 1996, AB 1998/70). Wanneer een vergunninghouder immers bouwt met een vergunning die nog niet onherroepelijk is, dan bouwt hij op eigen risico. De gevolgen (onder meer het betalen van de kosten van bestuursdwang) komen dan ook voor zijn rekening.


Vandaag
En ook vandaag kwam de Afdeling in een zaak die zich afspeelde in Noord-Holland tot de conclusie dat de kosten van bestuursdwang gewoon op de overtreder mochten worden verhaald.


Het ging hier om een woonark die verwijderd moest worden. Dat de overtreder niet bij machte was de (niet geringe) bergings-, bewaar-, en sloopkosten te betalen was geen reden om af te zien van het verhalen van deze kosten. Ook het aanbod van de overtreder om zelf de woonark te slopen (om op die wijze kosten te besparen) was geen argument om af te zien van kostenverhaal.


Dus: kosten van bestuursdwang kun je in veruit de meeste gevallen gewoon verhalen op de overtreder. Een beroep op de wettelijke uitzonderingen gaat maar zelden op.


Mocht het betrokken bestuursorgaan de kosten van bestuursdwang niet willen verhalen, dan is dat natuurlijk een ander verhaal. Dit is namelijk niet verplicht (MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3).

 

Bron: onder meer ABRvS 7 oktober 2015, nr. 201407452/1/A1