Je moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bedrijfsuitbreiding beoordelen. De aanvrager wil graag bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en zijn (milieu)inrichting veranderen.

 

Het gaat hier dus om drie omgevingsvergunningplichte ‘activiteiten’ in de zin van de Wabo. Aangezien de aanvrager er niet voor heeft gekozen om de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ afzonderlijk aan te vragen, is er sprake van drie onlosmakelijke activiteiten (in de zin van artikel 2.7 Wabo).

 

Mission impossible

Maar helaas. Een deel van de plannen van de aanvrager ligt op andermans grond en die eigenaar ziet die plannen helemaal niet zitten. Privaatrechtelijk een ‘mission impossible’. Een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan moet je dus weigeren. Maar de activiteit ‘bouwen’ en de activiteit ‘veranderen van de inrichting’ voldoen wel aan alle regeltjes.

 

‘Dan verleen je toch in ieder geval de omgevingsvergunning voor ‘bouwen’ en ‘veranderen van de inrichting?!,’ aldus de aanvrager.

 

Tja, je kunt een omgevingsvergunning inderdaad gedeeltelijk verlenen voor de activiteiten die voldoen aan de toetsingskaders van die activiteiten en de vergunning gedeeltelijk weigeren voor de activiteit die niet voldoet aan het toetsingskader van die activiteit (op grond van artikel 2.21 Wabo).

 

Doelstelling van de Wabo is zoveel mogelijk één omgevingsvergunning verlenen voor alle benodigde activiteiten. En wanneer voor één van die activiteiten een weigeringsgrond van toepassing is, dan zou de volledige vergunning moeten worden geweigerd.

Vervolgens zou voor alle activiteiten, dus ook de activiteiten die op zichzelf beschouwd vergund hadden kunnen worden, een nieuwe (gewijzigde) aanvraag moeten worden ingediend (met alle kosten en moeite van dien). En dit zou het aanvragen van deelvergunningen nog aantrekkelijker maken (dan het nu soms al is), hetgeen niet het uitgangspunt was van de Wabo. Vandaar dat de wetgever artikel 2.21 Wabo in het leven heeft geroepen.

 

Maar dit kan alleen wanneer die activiteiten niet onlosmakelijk zijn. Een mooi voorbeeldje is een aanvraag voor de sloop van een woning, de bouw van een woning en het maken van een uitrit. Drie activiteiten, die – wanneer het moet – gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd kunnen worden, omdat ze los van elkaar gerealiseerd kunnen worden.

 

De aanvraag die echter bij jou op het bordje ligt behelst drie onlosmakelijke activiteiten. En die kun je niet gedeeltelijk vergunnen en gedeeltelijk weigeren. De Raad van State wijst hiervoor naar de memorie van toelichting van de Wabo (Kamerstukken 2006/07, 30 844, nr. 3, p.109 en 110).

 

De drie voorwaarden

Kortom, een omgevingsvergunning kun je gedeeltelijk verlenen (en dus ook gedeeltelijk weigeren) wanneer er wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

 

1. De aanvraag meerdere omgevingsvergunningplichtige aciviteiten betreft.

Je kunt de regeling (van artikel 2.21 Wabo) natuurlijk niet gebruiken om voor één activiteit een aantal toetsingsgronden buitenspel te zetten.

 

Ook is het niet mogelijk om voor een deel van een activiteit een vergunning te verlenen. Wanneer er een gebouw met drie verdiepingen wordt aangevraagd, dan mag je geen vergunning voor twee verdiepingen verlenen. Je zou dan immers de grondslag van de aanvraag verlaten.

 

Ik kan me wel voorstellen dat wanneer er een woning en een bijgebouw wordt aangevraagd en het bijgebouw voldoet niet aan het toetsingskader (van artikel 2.10 Wabo), dat je dan - natuurlijk in overleg met de aanvrager - de vergunning alleen voor de woning verleent.

 

2. Niet ambtshalve

Gedeeltelijk verlenen kan alleen op verzoek van de aanvrager. Dit kan niet ambtshalve gebeuren.

 

De aanvrager kan dit aangeven op het aanvraagformulier. Maar wanneer je als vergunningverlener constateert dat de vergunning alleen gedeeltelijk verleend kan worden, dan is een telefoontje naar de aanvrager wel zo chique. Een omgevingsvergunning die gedeeltelijk wordt verleend zit een aanvrager immers niet altijd op te wachten. Zo kan een aanvrager geen behoefte hebben aan een gedeeltelijke vergunning wanneer het bouwen akkoord is, maar op de plek waar gebouwd gaat worden een boom staat die niet gekapt mag worden.

 

Voor de goede orde: de vergunningverlener is niet verplicht om dit verzoek voor gedeeltelijk verlenen van een omgevingsvergunning te honoreren. Het betreft dus een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag.

 

3. De omgevingsvergunningplichtige activiteiten mogen niet onlosmakelijk zijn

Enfin, dat heeft onze hoogste bestuursrechter afgelopen woensdag bevestigd en is hierboven al voldoende toegelicht.

 

Bron: ABRvS 23 maart 2016, nr. 201502159/1/A1