Wil je een zienswijze, een bezwaarschrift of een beroepschrift indienen tegen een vergunning? Wees dan slim en verstuur die dan per (bij voorkeur aangetekende) post. Of geef je brief even af bij de balie van de gemeente of rechtbank en vraag om een bewijs van ontvangst. Zeker wanneer de zienswijze-, bezwaar- of beroepstermijn al bijna is verstreken.


Een open deur toch? Ja, misschien wel. Maar het gebeurt – kennelijk – nog steeds dat een reclamant zijn zienswijze of bezwaarschrift persoonlijk even in de brievenbus van de gemeente doet (wanneer B&W bevoegd gezag zijn). Of dat een beroepschrift tijdens een blokje om in de brievenbus van de rechtbank wordt gestopt (wanneer de rechtbank nog een brievenbus heeft).


Vervolgens krijgt je zienswijze, bezwaar- of beroepschrift een stempel van ontvangst. Wanneer hieruit blijkt dat je brief ná het einde van de zienswijze-, bezwaar- of beroepstermijn is ontvangen, dan moet jij maar aantonen dat je zienswijze, bezwaar- of beroepschrift echt eerder door de gemeente of rechtbank is ontvangen dan de stempel aangeeft. Nou, succes!


Kun je dat niet, dan gaat de rechter er gewoon vanuit dat je te laat bent en dan sta je in de procedure tegen die vergunning met lege handen (lees: niet-ontvankelijk).


Overigens red de ‘verzendtheorie’ van artikel 6:9, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht natuurlijk je (rechts)zaak hier ook niet, simpelweg omdat er immers geen sprake is van een ‘verzending per post’.


Bron: ABRvS 19 augustus 2015, 201410256/1/A1